Hij trekt zijn maïsgele jack aan, zet zijn koptelefoon op en stapt op de fiets om vlug zijn dagelijkse boodschappen te doen. Onderweg ziet hij weer die vrouw met haar hondje lopen en de hardloper, die de man met zijn scootmobiel handig ontwijkt. Op de lange, saaie polderweg luistert hij naar de podcast van historicus Maarten van Rossum.
Aangekomen in die goedkope supermarkt weet hij precies waar hij moet zijn. Vlug mikt hij zijn spullen in het boodschappenmandje en wil naar de kassa lopen. Dan ziet hij haar staan aan het eind van de stelling met nootjes. Er is iets aan haar dat zijn aandacht trekt en hij blijft ongemerkt staan kijken. Haar gezicht ziet grauw en ze draagt een versleten jack. Haar boodschappenmandje draagt ze in haar linkerhand. Hij ziet hoe ze even strak naar iets kijkt, haar hand uitsteekt en dan een zakje in haar jaszak stopt. Dan loopt ze vlug zijn kant op naar de kassa.
Wat moet hij doen? Het personeel waarschuwen of maar net doen of hij niets gezien heeft? Als ze vlak bij hem is, ziet hij dat er een banaan in haar mandje ligt. Ze kijkt naar de kassa en wil hem passeren. Maar hij kijkt haar aan en zegt rustig: “Mevrouw, ik zag dat u daarnet iets pakte en in uw jaszak stopte.” Geschrokken staat ze stil, kijkt hem aan en onwillekeurig gaat haar hand naar haar jaszak.
Hij zegt: ”U kunt het in uw mandje doen of terugleggen”.
Langzaam haalt ze een zakje zoute pinda’s tevoorschijn.
Dan zegt hij: “Als u het heel graag wilt hebben, maar het niet kan betalen, wil ik het wel voor u kopen”.
”Ik heb niet genoeg bij me”, zegt ze heel zacht.
Hij houdt haar zijn mandje voor en ze legt het zakje erin.
Samen lopen ze naar de kassa. Zij telt heel precies haar geld uit en heeft precies genoeg bij zich voor de banaan.
Hij rekent af met zijn bankpasje en geeft haar het zakje pinda’s.
Adri V-K

