De lamp die alles zag

Deze kroonlamp is afkomstig uit de oude Gereformeerde Kerk te Hoofddorp, door bemiddeling van Mr Deerenberg. Na vermaakt te zijn door FE Nijdam en opgepoetst door verschillende gemeente leden in 1946 in de Kerk opgehangen.
door Adri K.

Het is 1946. 
Ik ben afgedankt en lig stoffig te vergaan in een hoek op de zolder van de kerk in Hoofddorp. Ik hoor dat een van onze gemeenteleden wil solliciteren naar Schermerhorn als hoofd der school. Hij hoort dat de kerk daar een lamp zoekt. Een poosje later word ik opgehaald.
Een technische ouderling neemt me mee naar zijn werkplaats op de melkfabriek de ‘Prinses’. IJverige handen poetsen mij glimmend op en dan word ik heel secuur opgehangen in het kleine kerkje van Schermerhorn. Ik straal wanneer die man de knop omdraait. Al mijn lampen maken een vreugdedansje: ze doen het! Wij mogen weer meedoen.
ik kijk eens goed om me heen en zie witgepleisterde muren met hoge glas-in-lood ramen waardoor het zonlicht schijnt op drie rijen donkerbruine kerkbanken. Een orgel met een prachtig gekleurd front. Een donkergebeitste houten vloer, een grote zwarte kachel  en een vooruitstekende preekstoel. Links en rechts voorin houten kerkbanken dwars op de kerkzaal.

Klik voor een vergroting

Elke zondag hoor ik die nieuwe meester uit volle borst zingen en de gemeente op sleeptouw nemen, ook als er geen organist is. Ik zie dat de mensen altijd op dezelfde plaats gaan zitten en het zijn steeds dezelfden die op het nippertje of net te laat binnen komen.
Mannen nemen hun hoed af bij het binnenkomen en gaan staan tijdens het gebed.
Vrouwen houden hun hoedjes op en blijven zitten. Banken vullen zich met hele gezinnen.
Sterke moederhanden breken pepermuntjes in tweeën, soms het schort nog voor.
Jongens en meisjes knipogen ondeugend naar elkaar. Stelletjes gaan naast elkaar zitten. Als de koster het knielbankje voor in de kerk zet weet ik dat er in die week een stralend bruidspaar aankomt. De glimmende zolen van hun trouwschoen lachen mij toe als het stel knielt. Amper een jaar later giet de koster water in het doopvont en verschijnt een vader met zijn dopeling. De moeder ligt nog in het kraambed.

Er komen nieuwe gezangenboekjes. Voor de kerkdienst begint, oefent de meester eerst een nieuw lied, dat later in de dienst gezongen wordt. Ik hoor ellenlange preken met een tussenzang, soms zie ik de organist zitten knikkebollen. Hoe vaak zal ik de glas-in-loodraampjes niet geteld hebben.

Op een donkere winteravond als de kachel gezellig brandt, word ik tegen kerst opgeschrikt als er een grote dominee op de preekstoel staat. Tijdens zijn preek buigt hij opeens over de rand, wijst  met gestrekte vinger naar boven, waar ik mijn best doe de kerk te verlichten, en buldert: “Zie de ster!” Al mijn peertjes trillen in hun fitting en ik ben klaarwakker.
Het schoolkerstfeest op tweede kerstdag met al die prachtige boekjes en sinaasappels op de tafel voor de preekstoel en chocolademelk op de kachel, is nog nooit zo mooi geweest.

Op een zondagochtend zit een groot gezin op hun vaste plaats in de banken rechts van de preekstoel. Daar tegenover zit de kerkenraad waartussen de vader van dat gezin zit.   
De kinderen zitten tussen hun moeder en de gezinsverzorgster.
Plotseling zie ik dat die gezinsverzorgster, die  op de hoek zit, met een grote grijns de kerk inkijkt. Tussen haar lippen zit een omgekeerde sinaasappelschil met gesneden witte, uitstekende tanden. Ik moet zo lachen dat ik bijna kortsluiting krijg. Later hoor ik dat het een weddenschap was.

In october 1967 bij het schilderen van het plafond is de lamp weer opgeknapt en van nieuwe draden voorzien door H. Pols.

Het is twintig jaar later. Iemand die aan het schilderen is op een hoge trap stopt heel secuur een opgevouwen getypt briefje in mijn schaal. Ik krijg nieuwe elektrische draden en meteen een goede beurt. Ik straal als nooit tevoren.

De kerk wordt steeds voller. De koster sjouwt extra stoelen bij het orgel. Ik zie kinderen op het trapje van de preekstoel zitten en op de trap naar het orgel. Als de kerk uitgaat lopen jonge mensen naar boven om bij het orgel heerlijk tweestemmig liederen zingen.
Bij het doopvont staan nu beide jonge ouders. In de kerkenraadsbanken verschijnt de eerste vrouwelijke diaken. Ze is nog piepjong. Ik voel veel energie in de kerk.

Sterke mannen sjouwen de oude, afgeleefde kachel naar buiten en ik zie in de vloer luchtroosters verschijnen. Als het buiten koud is voel ik een warme luchtstroom en bewegen de gordijnen zachtjes heen en weer. In de zomer worden de middelste banken weggesjouwd. Grijze stoelen komen ervoor in de plaats. Als mensen daarop gaan zitten wiebelen de slappe rugleuningen heen en weer.

Op een zondagavond worden die grijze stoelen opeens opgestapeld achter in de kerk.
Twee mannen dragen een rol marmoleum naar binnen dat ze uitrollen op de lege plek midden in de kerk. De meester en wat helpers  sjouwen kleine tafeltjes en stoeltjes naar binnen en een rollend schoolbord. Die maandagochtend erna zie ik een vrolijke juf binnenkomen met een sliert kinderen achter haar aan. Ik geniet als ik de kinderen hun eerste woordjes hoor lezen en in de andere rij de kinderen de tafel van twee hoor opzeggen.
Het is zo gezellig in mijn kerk. Elke dag zitten ze die jonge kinderen in de kerk te werken en op zaterdag wordt alles weer teruggezet voor de kerkdienst.
Ik schijn zo helder mogelijk en geniet van de drukte.

Elk jaar komen er nieuwe kerkenraadsleden. De eerste vrouwelijke ouderling zit vooraan in de kerkenraadbank. Een nieuwe diaken zie ik voorzichtig met de hengel, waar een zakje aan zit, collecteren. Het is een hele kunst om de dameshoedjes niet van de hoofden te stoten. Hij begint netjes achtereen maar dan zie ik al gauw de hengel helemaal doorbuigen door de zwaarte van het zakje. Met een rood hoofd loopt hij door de deur vooraan in de kerk en ik hoor daarachter gerinkel van vallende muntjes. Achterin de kerk zitten zijn vrienden te proesten van het lachen.

In december 1977 bij de restauratie van de kerk is de lamp gepoetst door mevr. Nijdam, Jacop Speets, Tante Alie de Boer, Tante Neel en Ome Jo de Wilde

Ik word weer losgehaakt van het plafond en krijg een stevige poetsbeurt. De tijd is weer tien jaar vooruit gesprongen. Het jaar ervoor zie ik tekeningen hangen van kinderen die voor de binnenkant van de kerk nieuwe kleuren mogen bedenken.
De laatste kerkbanken worden weggehaald. Twee rijen blanke stoelen komen er voor in de plaats. Ook de oude preekstoel gaat weg. Er komt een liturgisch centrum. En tegen de wand verschijnt een groot houten kruis.
De lange tafel met het witte laken bij het avondmaal is niet meer nodig. Een ouderling houdt geen toezicht meer. De mensen lopen naar voren voor brood en wijn en nemen hun kinderen mee. De nieuwe diaken geeft kerkzakjes door en hoeft niet meer te ‘hengelen’

Meisjes dragen korte rokken en jongens hebben lange haren en sommige jongemannen laten een baard staan. Als de preek begint lopen de kinderen de kerk uit naar de kindernevendienst. Na de preek hoor ik ze al in het halletje staan wachten om weer bij hun ouders te kunnen zitten. In de kerkenraadsbanken verschijnen nu meer vrouwen.
De hoeden en hoedjes zijn verdwenen.

Ik zie veel jonge predikanten. Ook de kerkenraadsleden zijn jong en energiek.
Af en toe krijgen we bezoekers uit andere kerken of blijft deze kerk een zondag leeg.
Dan zie ik voor het eerst een vrouwelijke predikant op hoge hakken voor de tafel met de liturgische kleden staan. Steeds zie ik hoe ze haar, steeds weer terugspringende haar, uit haar ogen wegveegt.

Jarenlang is er op een zomerse zaterdag een drukte van belang. Een paar planken met boeken worden achterin de kerk gezet en er wordt flink gehandeld tussen de beheerder en belangstellenden. Met een mooi boek onder hun arm lopen mensen daarna weer blij naar buiten. Daar klinkt gelach en gepraat en uit de verte hoor ik het geluid van het rad van avontuur en zelfs binnen ruikt het naar patat en kroket. De zondag daarna staat iemand op in de kerk en noemt een behoorlijk bedrag dat die dag ervoor verdiend is. Luid applaus volgt.

In september 1989 is de lamp schoongemaakt en opnieuw bedraad, gepoetst door A.Kramer-Dijkstra, bedraad door P.J.de Wilde, gelakt door Hans Kramer.

Weer tien jaar later word ik naar beneden gehaald. De elektricien ziet dat de draden nodig vernieuwd moeten worden. Met uiterste precisie en geduld steekt hij een voor een de nieuwe draden door de verschillende zijarmaturen. Zijn vriend neemt mij mee naar het huis naast de kerk. Diens vrouw poetst me glimmend met koperpoets. Op de werkbank staat een bus lak en even later sta ik daar glimmend te drogen. Ondertussen werkt de elektricien het briefje bij, vouwt het keurig in vieren en als de lamp klaar is stopt hij dit weer netjes terug in mijn schaal en hangt me op.

Aan de wand hangt een doopboom met groene blaadjes. Bij een doopdienst hangen de ouders een nieuw blaadje met de naam van hun kindje aan de boomtakken. Het hele gezin doet mee. Kinderen die van de lagere school afgaan krijgen als afscheidscadeau van de kindernevendienst een prachtige kandelaar als steuntje in de rug.

In maart 2010 is de lamp gepoetst en opnieuw gelakt door Piet de Wilde, Piet Streefland, Hans Kramer.

Opnieuw word ik door vertrouwde handen opgekalefaterd.
In die afgelopen twintig jaar is er heel wat veranderd.
Ik zie twee vrouwelijke predikanten samenwerken en hun gemeenten werken nu samen, zodat er ook kerkdiensten af en toe in een ander gebouw gehouden worden. Dan is het hier stil.

Soms zie ik op een doordeweekse dag een rouwstoet, gehuld in donkere kleren achter de kist de kerk binnen komen. Het orgel speelt zachtjes en mensen halen herinneringen op. De dominee spreekt troostende woorden. Mijn licht wordt somber.

Kerkenraadsleden en kerkgangers zie ik ouder worden. Er klinken steeds minder stemmen van kinderen en jonge mensen. Maar nog steeds zie ik veel vrijwilligers actief door de week en op zondag. Het orgel is nog steeds mijn trouwe vriend.
Ik blijf mijn best doen om de kerk zo goed mogelijk te verlichten.

2026

ik hang hier al 80 jaar. Opnieuw vindt er een renovatie plaats.
ik ben keurig ingepakt en zie door het plastic heen hoe zorgvuldig er gemeten en gerekend wordt. Opnieuw zijn er vrijwilligers die mijn oude glans doen herleven.

Zij vinden het briefje in de schaal en zetten hun naam op de achterkant. Zij willen zichzelf nu nog niet bekendmaken, net zoals de eerste vrijwilligers dat niet gedaan hebben.

Veel is er veranderd, maar ik ben nog steeds dezelfde lamp die licht wil geven.

Ik bedank alle stille krachten die mij altijd zo liefdevol onder handen hebben genomen.
ik voel me hier thuis en blijf voor jullie schijnen zo lang ik kan.

De oude kroonluchter

Laat een reactie achter