Van de predikant

Handelend naar de maatregelen om corona te beteugelen, gingen de kerkdiensten vanaf vierde advent weer online. Terwijl er vanwege de al langer bestaande avondlockdown al in een eerder stadium was besloten om de viering van kerstavond niet door te laten gaan. In de afweging die we maakten, kwamen we er op uit om te focussen op de viering van kerstmorgen, oudejaarsdag en de eerste viering van het nieuwe jaar, 2 januari. Jammer genoeg ook online. Dus dat wordt nieuwjaar wensen op een alternatieve manier. Het is wat het is.

Bij de diensten in het nieuwe jaar

Vanaf 2 januari hebben we maar liefst 9 zondagen van Epifanie. Kerst viel in 2021 op een zaterdag en Pasen valt laat in 2022, dus er zitten veel zondagen tussen kerst en de 40-dagentijd. Pas op 2 maart is het Aswoensdag, het begin van de 40-dagentijd. Tot die tijd dus Epifanie. Dat is ook weer zo’n mooie kerkelijke term voor de periode dat we vieren dat Jezus tevoorschijn komt, dat duidelijk wordt wie hij is. Als een roos die zich ontvouwt. Epifanie zou je kunnen vertalen met ‘aan het licht komen’. Dus dat aan het licht komt wie hij is, zodat ons een licht opgaat.

Epifanie begint al met Driekoningen, waar duidelijk wordt dat het pasgeboren kind een koningskind is.  En dat de wierook, mirre en het goud zijn levensweg zullen bepalen. Goud staat voor zijn koningschap: soms zie je het kindje Jezus, op de arm van moeder Maria, afgebeeld met een koningskroon. De mirre verwijst dan naar zijn weg op aarde, de zalving met mirre na zijn kruisdood. En wierook tenslotte kan dan een verwijzing zijn naar zijn goddelijkheid.

Via de doop van de Heer op 9 januari, komen we dan 16 januari bij het verhaal van de bruiloft te Kana. Waar het feest van God die de mensen aan elkaar huwt in het water dreigt te vallen, redt Jezus het feest en doet er zelfs nog een schepje bovenop.

Bij zijn eerste optreden in de synagoge vallen mensen – bij wijze van spreken – van verbazing van hun stoel, want woorden met een dergelijke kracht hebben ze nog nooit gehoord. Waarna op 30 januari al meteen de spanning in de lezingen sluipt van mensen die hem wat aan willen doen: ‘ze dreven hem de stad uit naar de rand van de berg, om hem in de afgrond te storten. Maar hij liep midden tussen hen door’. (Lukas 4: 29 en 30)

Zondag 6 februari staat de roeping van de leerlingen op het rooster.

Daarna gaan we met de lezingen de Bergrede in. U weet wel, met daarin die beroemde verzen die oproepen je vijand lief te hebben en mensen die je slaan de andere wang toe te keren. In 2022 lezen we de Bergreden in de versie van Lukas. Die is minder bekend dan die van Mattheüs, die vooral met de zaligsprekingen tot de verbeelding spreekt. Zalig de armen van geest …. enzovoorts. Lukas brengt het allemaal wat vertellender. En: bij Lukas onderwijst Jezus de mensen niet óp de berg, maar aan de voet van de berg, op de vlakte. Lukas staat wat dichter bij het gewone alledaagse leven van mensen. Als arts is hij sowieso erg begaan met het lot van gewone mensen.

Met dat ik dat allemaal zo beschrijf, weten we niet of alle gastvoorgangers zich aan deze lezingen houden. Weliswaar wordt in de uitnodigingsbrief aan gastvoorgangers wel gevraagd of ze zich willen houden aan het leesrooster van De Eerste Dag, maar ze zijn dat natuurlijk niet verplicht. Voor vrijwel alle ‘gewone’ protestantse kerken is het leesrooster van De Eerste Dag de standaard die de lezingen van de zondag aanreikt. Het rooster wordt samengesteld onder verantwoordelijkheid van de Raad van Kerken.  

Een vitale kerk

Ik las een inspirerend artikel in Trouw over ouderen in de kerk (3 december 2021). Alleen al de kop boven het artikel: “Er mankeert niets aan een kerk met veel ouderen”. Dan heb je mij meteen te pakken: zo is het maar net, denk ik dan! Het artikel gaat over een predikant die zelf net 40 is, ds. De Waal. Hij spreekt in z’n boek liever over een kleiner wordende kerk met veel ouderen, dan over een ‘vergrijsde kerk’, als of er met vergrijzing iets mis zou zijn! En dan zo’n mooi citaat: “de kerk (hij bedoelt de landelijke kerk, waar het beleid gemaakt wordt) is druk met jongeren die er niet zijn en heeft weinig aandacht voor ouderen die er wel zijn”. Zo’n zin reist dan gewoon een hele tijd met me mee. ’t Geeft ook zo’n gevoel van onbekommerd de kerk durven zijn die je eenvoudig bent. Ja, met veel ouderen; nou en? En het gaat niet aan, dat ben ik helemaal met De Waal eens, om daar tussen de regels door toch een beetje op neer te kijken, toch een beetje te vinden dat dat wat minder kerk is.

Een mooi voorbeeld vind ik in onze gemeente die jaren geleden deze spiritualiteit al oppikte door de gespreksgroep ‘Goud’ op te richten. Als corona … enzovoorts … Wat zou het mooi zijn als die weer bij elkaar kon komen.

We denken ook aan de mensen om ons heen en in onze gemeente die op één of andere manier getroffen worden door corona. Gescheiden zijn van familie, geliefden, vrienden, maar ook niet deel kunnen nemen aan activiteiten, werk of school kan een zware last zijn, nog los van de last die corona kan zijn als je zelf of een huisgenoot erdoor geraakt bent; sommige mensen zijn er ernstig ziek van.

Hartelijke groeten,

ds. Marius Braamse

Geef een antwoord